ECLI:NL:CRVB:2010:BL0793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen dagloon WAO-uitkering en afwijzing schadevergoeding redelijke termijn
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV over de hoogte van zijn dagloon in verband met zijn WAO-uitkering. De Raad stelde vast dat appellant tegen het oorspronkelijke besluit van 3 februari 2003, waarin het dagloon werd vastgesteld, geen bezwaar had gemaakt, waardoor dit besluit in rechte onaantastbaar was geworden.
Het bezwaar richtte zich uitsluitend tegen het dagloon per 22 december 2004, maar dit dagloon was een geïndexeerde herhaling van het oorspronkelijke dagloon. Daarom verklaarde de Raad het bezwaar terecht niet-ontvankelijk. Tevens verzocht appellant om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de Raad oordeelde dat de procedure niet langer dan vier jaar had geduurd en dus geen sprake was van schending van de redelijke termijn.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Bezwaar tegen dagloon niet-ontvankelijk verklaard en verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn afgewezen.