ECLI:NL:CRVB:2010:BL0608
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Wijziging voorlopige voorziening inzake indicatie per zorgvorm in AWBZ-zorg
Verzoekster had eerder een voorlopige voorziening gekregen waarbij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) werd opgedragen haar per zorgvorm te indiceren in plaats van per ZZP, met ingang van 11 augustus 2008. CIZ gaf hieraan geen uitvoering binnen de gestelde termijn van zes weken, waarop verzoekster een wijziging van de voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter overwoog dat CIZ de eerdere uitspraak anders had geïnterpreteerd en nog gedegen onderzoek wilde doen. Gezien het belang van verzoekster achtte de voorzieningenrechter een termijn van één week na uitspraak voldoende voor het onderzoek en het nemen van een indicatiebesluit. Daarom werd de voorlopige voorziening gewijzigd en werd CIZ opgedragen uiterlijk 1 februari 2010 per zorgvorm te indiceren.
Daarnaast werd een dwangsom van €250 per dag opgelegd voor het geval CIZ niet tijdig zou indiceren. CIZ werd veroordeeld in de proceskosten van verzoekster en moest het betaalde griffierecht vergoeden. De eerdere voorlopige voorziening dat verzoekster behandeld wordt alsof zij geïndiceerd is volgens ZZP VG05 bleef ongewijzigd.
Uitkomst: CIZ wordt opgedragen verzoekster uiterlijk 1 februari 2010 per zorgvorm te indiceren met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.