ECLI:NL:CRVB:2010:BL0364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat volgens het UWV haar arbeidsongeschiktheid per 11 juni 2006 was afgenomen tot minder dan 15%. De medische beoordeling, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld door een verzekeringsarts en bevestigd door een bezwaarverzekeringsarts, toonde aan dat appellante ondanks haar beperkingen nog in staat was om bepaalde functies te verrichten.
De Raad liet zich bij zijn oordeel adviseren door psychiater prof. dr. E. Hoencamp, die de FML onderschreef maar een kanttekening plaatste bij de re-integratie en de urenbeperking. Deze kanttekening was echter niet doorslaggevend voor de vaststelling van de arbeidsbeperkingen. De rechtbank had het beroep van appellante eerder ongegrond verklaard en de Raad sloot zich hierbij aan.
De Raad concludeerde dat de medische gegevens geen steun boden voor de stelling dat appellante geheel niet kon werken. De geschiktheid van de voorgehouden functies was voldoende onderbouwd. Er werd geen reden gezien om appellante in het proces te veroordelen tot betaling van proceskosten. De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV tot beëindiging van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid.