ECLI:NL:CRVB:2010:BL0357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs woonadres
Appellant heeft na zijn detentie een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), waarbij hij een woonadres heeft opgegeven. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de aanvraag afgewezen omdat appellant niet aannemelijk kon maken dat hij daadwerkelijk op dat adres woonde. Dit werd bevestigd door een voortijdig afgebroken huisbezoek en tegenstrijdige verklaringen over de woonsituatie.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel bevestigd. De Raad vond dat appellant onvoldoende bewijs leverde van zijn woonplaats, onder meer doordat hij geen persoonlijke spullen kon tonen en geen inzage gaf in poststukken. Hierdoor kon het College niet vaststellen of appellant in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.C.F. Talman en B.E. Giesen als griffier op 19 januari 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.