ECLI:NL:CRVB:2010:BL0258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende verkeerde woonsituatie niet gerechtvaardigd
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en woonde volgens eigen opgave bij zijn ouders. De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda trok de bijstandsuitkering in en vorderde terugbetaling omdat appellant niet zou wonen op het opgegeven adres. Dit op basis van een onderzoek met huisbezoek, dossieronderzoek en verklaringen.
De rechtbank Breda vernietigde de besluiten op bezwaar wegens het ontbreken van een belangenafweging, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant ging in hoger beroep tegen deze handhaving en betwistte dat hij niet op het opgegeven adres woonde.
De Centrale Raad stelt dat de Commissie onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Het onderzoek richtte zich vooral op het adres van de ex-partner en was onvoldoende gericht op het adres van appellant. Onduidelijkheid over het aantal overnachtingen is onvoldoende om onjuiste informatie aan te nemen. Het rapport ondersteunt juist de stelling dat appellant op het adres van zijn ouders woonde.
Daarom is de intrekking van de bijstand niet deugdelijk gemotiveerd en berust deze op onvolledig onderzoek. De Raad vernietigt de uitspraak voor zover de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand zijn gelaten en bepaalt dat de Commissie opnieuw moet beslissen op het bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad de Commissie in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden vernietigd wegens onvoldoende motivering en onvolledig onderzoek.