ECLI:NL:CRVB:2010:BL0249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking bijstand wegens onvoldoende onderzoek en bewijs
Betrokkenen ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een verklaring van de zoon van betrokkene 1 dat betrokkene 2 werkzaam was bij een pizzeria, stelde appellant een rechtmatigheidsonderzoek in. Dit onderzoek bestond uit het analyseren van bank- en giroafschriften en het horen van betrokkenen. Op basis van dit onderzoek trok appellant de bijstand in vanaf 1 april 2006, omdat betrokkenen onvoldoende informatie zouden hebben verstrekt over hun inkomsten en uitgaven.
De rechtbank vernietigde deze besluiten wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het onderzoek onvoldoende was en de intrekking slechts was gebaseerd op een vergelijking van inkomsten en uitgaven zonder aanvullend bewijs. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat de intrekking terecht was, maar de Raad volgde de rechtbank en voegde toe dat appellant nagelaten had nader onderzoek te doen naar de vermeende werkzaamheden van betrokkene 2 bij de pizzeria.
Verder had appellant ten minste de belastingteruggave van april 2006 over het hoofd gezien. De Raad oordeelde dat het hoger beroep geen doel treft en bevestigde de vernietiging van de intrekkingsbesluiten. Tevens veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van betrokkenen en bepaalde griffierechten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en bewijs, en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.