ECLI:NL:CRVB:2010:BL0089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor WAO-functies
Appellant meldde zich in 1992 ziek wegens rugklachten, later met psychische klachten, en kreeg een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. In 2007 werd hij medisch onderzocht en geschikt bevonden voor de geselecteerde functies volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 2003. Het Uwv weigerde daarop ziekengeld vanaf 22 maart 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen nieuwe medische gegevens waren overgelegd die het oordeel van de verzekeringsartsen konden weerleggen. Appellant voerde aan dat rapporten van het Instituut Psychosofia tot een ander oordeel moesten leiden, maar de Raad volgde deze stelling niet.
De Raad stelde vast dat de medische toestand van appellant sinds de WAO-beoordeling niet zodanig was gewijzigd dat hij ongeschikt zou zijn voor de geselecteerde functies. De bezwaarverzekeringsarts had dit overtuigend gemotiveerd. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de weigering van ziekengeld bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld bevestigd.