ECLI:NL:CRVB:2010:BL0065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en herziening bijstandsuitkering wegens ontvangen ziekengeld
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) van 27 september 2004 tot 16 april 2006. Het College herzag de bijstand over de periode van 1 september 2005 tot 31 maart 2006 nadat bleek dat het UWV het ziekengeld aan appellante zelf had uitgekeerd in plaats van aan het College. Het College vorderde terugbetaling van de kosten van bijstand over deze periode.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten gegrond en vernietigde het besluit van het College, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Raad oordeelt anders en stelt vast dat de terugvordering over de periode van 9 januari 2006 tot en met 5 maart 2006 niet kan worden gebaseerd op artikel 58 lid 1 sub f WWB Pro, omdat het ziekengeld wekelijks werd betaald en niet als achteraf verkregen middelen kan worden aangemerkt.
De Raad bevestigt echter dat het College bevoegd is om de bijstand over deze periode te herzien op grond van artikel 54 lid 3 sub b WWB Pro en de kosten van bijstand terug te vorderen op grond van artikel 58 lid 1 sub a WWB Pro. De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen over de periode 9 januari tot 5 maart 2006 in stand laat, bevestigt het overige en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat de herroeping van de herziening over 9 januari tot 5 maart 2006 in stand laat en bevestigt het overige.