ECLI:NL:CRVB:2010:BL0053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning bijzondere bijstand voor woninginrichting op basis van richtprijzen
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor woninginrichting en kreeg een geldlening van €3.000 toegekend door het College van burgemeester en wethouders van Groningen. Na bezwaar werd een aanvullend bedrag van €182,41 toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
Appellant betoogde dat het College onredelijk lage richtprijzen hanteert die onder de NIBUD-normen liggen, wat leidde tot een te laag toegekend bedrag. De Raad oordeelt dat het College bevoegd is richtprijzen te gebruiken en niet verplicht is de NIBUD-normen te volgen. Het beleid is passend gezien de bijstand als bodemvoorziening en de richtprijzen zijn afgestemd op het winkelaanbod in Groningen.
De Raad constateert dat het toegekende bedrag van €3.000 hoger is dan de berekende richtprijs van €2.842,50 en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die een hogere bijstand rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.