ECLI:NL:CRVB:2010:BL0052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstand wegens vermeend agressief gedrag niet bewezen
Betrokkene ontving een bijstandsuitkering en werd op 28 november 2006 uitgenodigd voor een gesprek met een consulent van de Regionale Sociale Dienst (RSD). Tijdens dit gesprek ontstond een conflict waarbij betrokkene boos werd, stemverheffing gebruikte en aanvankelijk weigerde de spreekkamer te verlaten. Het College van burgemeester en wethouders van Zeist verlaagde daarop de bijstand met 20% voor een maand wegens vermeend zeer ernstig misdragen volgens artikel 18, tweede lid, van de WWB.
Betrokkene maakte bezwaar tegen deze maatregel en de rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat onvoldoende objectief bewijs was geleverd dat sprake was van agressie in de zin van de wet. Het Dagelijks Bestuur stelde in hoger beroep dat het gedrag van betrokkene verwijtbaar en agressief was, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College niet aannemelijk had gemaakt dat betrokkene verbaal geweld gebruikte dat als intimiderend of bedreigend kon worden beschouwd.
De Raad benadrukte dat agressie verwijtbaar moet zijn en in alle gevallen onacceptabel in het normale menselijke verkeer. Hoewel betrokkene boos was en stemverheffing gebruikte, was dit onvoldoende om de punitieve sanctie van verlaging van de bijstand te rechtvaardigen. Het hoger beroep van het Dagelijks Bestuur werd daarom verworpen en de rechtbankuitspraak bevestigd. Het Dagelijks Bestuur werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Dagelijks Bestuur wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand wegens agressief gedrag wordt niet bevestigd.