ECLI:NL:CRVB:2010:BL0029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering WIA-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering, die door het UWV werd opgeschort vanwege een onvolledig re-integratieverslag. Nadat de werkgever zijn verplichtingen had hersteld, wees het UWV de uitkering af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door medische redenen niet in staat was tijdig bezwaar te maken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door zowel lichamelijke als geestelijke problemen niet in staat was tijdig bezwaar in te dienen. De Raad overwoog dat op basis van het medisch advies van de bezwaarverzekeringsarts en de feitelijke omstandigheden, waaronder de hulp van een advocaat en maatschappelijk werk, onvoldoende medische gronden bestonden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De Raad concludeerde dat appellant, al dan niet met juridische hulp, in staat was zijn belangen te behartigen en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank. Het bezwaar werd terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en het beroep ongegrond verklaard.