ECLI:NL:CRVB:2010:BK9960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht bijstand na melding CWI
Appellant vroeg bijstand aan met ingang van 18 september 2006, nadat hij zich bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) had gemeld. Het College kende bijstand toe vanaf die datum, maar weigerde terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2006, de datum waarop appellant AOW-pensioen ontving.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij pas kort voor de melding bij het CWI bekend was met de hoogte van zijn pensioen, waardoor bijstand eerder had moeten worden toegekend. Zowel de rechtbank als de Raad oordeelden dat appellant uit eerdere informatie van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) had kunnen begrijpen dat hij geen volledig AOW-pensioen zou ontvangen en dat het zijn verantwoordelijkheid was tijdig bijstand aan te vragen.
De Raad voegde toe dat appellant zelfs na ontvangst van een voorschot van de Svb nog drie weken wachtte met het aanvragen van bijstand. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een eerdere toekenning rechtvaardigden.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van terugwerkende kracht bij bijstand bevestigd.