ECLI:NL:CRVB:2010:BK9841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens handel in auto's
Appellant ontving vanaf december 1999 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een vermoeden van handel in auto's door appellant, trok het College de bijstand met ingang van 1 mei 2005 in en vorderde de kosten van de bijstand over de periode tot en met 31 december 2005 terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking niet-ontvankelijk en wees het beroep ongegrond. In hoger beroep bracht appellant geen gronden tegen deze niet-ontvankelijkverklaring in, waardoor de intrekking rechtsgeldig is geworden.
De Raad oordeelt dat de terugvordering van de bijstand terecht is, omdat de bijstand over de genoemde periode onterecht is verleend. De door appellant aangevoerde geringe inkomsten uit werkzaamheden zijn onvoldoende om terugvordering te voorkomen, aangezien het College een beleidsregel hanteert waarbij terugvordering standaard plaatsvindt tenzij dringende redenen aanwezig zijn.
De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van deze beleidsregel en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering van ten onrechte verleende bijstand worden bevestigd.