ECLI:NL:CRVB:2010:BK9692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- M. Greebe
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor passende functies
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV stelde bij besluit van 15 januari 2007 vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor zij geen recht had op een uitkering. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit van 12 juni 2007 vanwege onvoldoende motivering van de geschiktheid van functies, met name omdat het tempoverlies door het gebruik van de niet-dominante hand onvoldoende was meegenomen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat ook psychische beperkingen en een hoog verzuimrisico onvoldoende waren meegenomen. Het UWV nam een nieuw besluit op bezwaar op 3 september 2008, waarbij op basis van een arbeidskundig onderzoek vier lichtere functies werden geselecteerd die geschikt zouden zijn ondanks haar beperkingen.
De Raad oordeelt dat de psychische klachten niet voldoende onderbouwd zijn voor erkenning van beperkingen en onderschrijft de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV. De functies zijn passend en de beperkingen vormen geen beletsel voor het verrichten van deze werkzaamheden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad ziet geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en verklaart het beroep tegen het besluit van 3 september 2008 ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 3 september 2008 wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.