ECLI:NL:CRVB:2010:BK9660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit functiewaardering ambtenaar bij Defensie wegens mandaatfout
Betrokkene maakte bezwaar tegen de functiewaardering van zijn functie binnen de Divisie van Defensie, die aanvankelijk als code 1 was aangemerkt. Na gegrondverklaring van het bezwaar vond een functiewaarderingsonderzoek plaats met het FUWADEF-systeem, resulterend in een indeling in hoofdgroep II, niveaugroep d, salarisschaal 6. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de rechtbank, die het besluit vernietigde wegens onhoudbaarheid van scores op kenmerken 6 en 9.
Zowel betrokkene als de staatssecretaris gingen in hoger beroep tegen delen van het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het besluit en het eerdere besluit in mandaat waren genomen door de directeur divisie, wat in strijd is met artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom moest het besluit worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand.
De Raad beoordeelde de geschilpunten over de scores op de kenmerken 5, 6, 9, 11, 12, 13 en 14 en oordeelde dat de rechtbank terecht de scores op 6 en 9 niet had bevestigd als onhoudbaar. De overige scores waren eveneens niet onhoudbaar. De Raad wees een verzoek tot vergoeding van proceskosten af en bevestigde dat de functiebeschrijving van 2 maart 2006 leidend is voor de waardering.
Uitkomst: Het besluit tot functiewaardering wordt vernietigd wegens strijd met mandaatvoorschriften, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.