ECLI:NL:CRVB:2010:BK9362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn en immateriële schade bij WAO-uitkering
Appellant, met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis, diende beroep in tegen het UWV over de hoogte van zijn WAO-uitkering en de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank kende hem een vergoeding toe van € 8.000,-- voor immateriële schade, waarvan € 7.500,-- voor de psychotische episode in 2003, en stelde dat de schade door zijn persoonlijkheidsstoornis niet het gevolg was van het onrechtmatig handelen van het UWV.
In hoger beroep betwist appellant de hoogte van de vergoeding en de verwijzing naar de civiele rechter voor het aandeel van de rechtbank in de overschrijding van de redelijke termijn. De Raad bevestigt dat de vergoeding passend is, gezien de ernst en tijdelijke aard van de psychotische episode, en wijst de grief over wettelijke rente af. Wel vernietigt de Raad het deel van de uitspraak dat het verzoek om vergoeding van schade wegens overschrijding redelijke termijn door de rechtbank afwijst.
De Raad veroordeelt het UWV in proceskosten en griffierecht en heropent het onderzoek voor een nadere uitspraak over de overschrijding van de redelijke termijn door de rechtbank, waarbij de minister van Justitie en het UWV als partijen worden aangemerkt.
Uitkomst: De Raad bevestigt de immateriële schadevergoeding, vernietigt het oordeel over de overschrijding redelijke termijn door de rechtbank en heropent het onderzoek voor nadere uitspraak.