ECLI:NL:CRVB:2010:BK9279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en verlaging bijstand wegens niet gemelde huishoudelijke werkzaamheden
Appellante ontving bijstand en verrichtte gedurende zeven jaar drie uur per week huishoudelijke werkzaamheden zonder deze inkomsten te melden aan het College van burgemeester en wethouders van Soest. Het College herzag de bijstand over de periode van april 2003 tot juli 2006 en verlaagde de bijstand met ingang van augustus 2006 vanwege het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.
De Raad stelde vast dat de werkzaamheden een economische waarde vertegenwoordigen en dat het College terecht een fictief inkomen op basis van het wettelijk minimumloon hanteerde. Appellante erkende de werkzaamheden, maar voerde aan dat zij geen vergoeding ontving, slechts een vriendendienst verleende en de auto van haar vriendin gebruikte als tegenprestatie.
De Raad oordeelde dat de niet-gemelde werkzaamheden een schending van de inlichtingenverplichting vormen en dat het College bevoegd was de bijstand te herzien en te verlagen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot matiging van de maatregel leidden. Het hoger beroep van appellante werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en verlaging van de bijstand wegens niet gemelde huishoudelijke werkzaamheden.