ECLI:NL:CRVB:2010:BK8885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1997 arbeidsongeschikt is na een arbeidsongeval, kreeg in 1998 een volledige WAO-uitkering toegekend. In 2007 besloot het UWV de uitkering in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld, onder meer door het opvragen van medische gegevens en het inschakelen van deskundigen zoals psychiater Gerssen. De conclusies van deze deskundigen zijn niet onjuist of onzorgvuldig. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij meer beperkingen heeft dan vastgesteld.
Ook de door appellant ingebrachte rapporten van GZ-psycholoog Van Rijn en NIP-psycholoog Kusters overtuigen de Raad niet van een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad ziet geen aanleiding voor aanvullend psychiatrisch onderzoek. Ten aanzien van de arbeidskundige beoordeling is vastgesteld dat de belastbaarheid van appellant niet wordt overschreden in de passende functies.
Gelet op deze overwegingen faalt het hoger beroep en wordt de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.