ECLI:NL:CRVB:2010:BK8878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAJONG-uitkering, die was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25% per 23 augustus 2007. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat geen aanwijzingen waren dat appellante meer beperkt was dan het UWV aannam en de functies waarop de schatting was gebaseerd geschikt waren.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder onvoldoende in acht genomen beperkingen, sociale isolatie, noodzaak van begeleiding, en een medische aandoening (spastische darm) die toiletbezoek frequent maakt. Zij overhandigde een psychologisch rapport ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de beperkingen adequaat waren weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), die na bezwaar was aangepast en uitgebreid. Hoewel twee functies vervielen, waren er voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen over om de schatting te baseren. De psychologische rapportage had geen betrekking op de datum in geding en werd door de bezwaarverzekeringsarts gemotiveerd weerlegd. De stelling over de spastische darm werd niet onderbouwd met objectief medisch bewijs.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.