ECLI:NL:CRVB:2010:BK8719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing ongeschiktheid
Appellante, voormalig kassamedewerkster bij een tankstation, ontving een Ziektewetuitkering die per 10 september 2007 werd beëindigd door het UWV. Zij stelde zich ongeschikt voor arbeid door psychische en zwangerschapsklachten. De bezwaarverzekeringsarts en rechtbank concludeerden echter dat er geen objectief medisch bewijs was dat haar ongeschiktheid het gevolg was van ziekte of gebrek.
De Raad nam kennis van medische rapportages van een psychiater en psychologe, die positieve behandelresultaten meldden en geen duidelijke psychiatrische diagnose stelden. Appellante voerde ook lichamelijke klachten aan, zoals langdurige buikpijn na zwangerschap, maar deze werden niet onderbouwd met medische stukken en waren niet genoemd in de anamnese.
De Raad verwierp verder het betoog dat het UWV onvoldoende re-integratiebegeleiding had geboden. Gezien het ontbreken van voldoende medische onderbouwing bevestigde de Raad het besluit tot beëindiging van de uitkering. De uitspraak werd gedaan door C.P.J. Goorden op 6 januari 2010.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante wordt beëindigd wegens onvoldoende medische onderbouwing van ongeschiktheid voor arbeid.