ECLI:NL:CRVB:2010:BK8449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- C.G. Kasdorp
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en recht op bijstand volgens WWB
Betrokkene woonde samen met zijn stiefvader en halfbroer en ontving een persoonsgebonden budget voor de verzorging van zijn stiefvader. Na het overlijden van de stiefvader vroeg betrokkene bijstand aan als alleenstaande, welke door het College werd afgewezen vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met zijn halfbroer.
De voorzieningenrechter had het besluit vernietigd en het College opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, omdat het standpunt over wederzijdse verzorging onvoldoende was gemotiveerd. Het College stelde vervolgens bijstand toe als renteloze lening, maar het beroep bij de Raad werd ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde dat betrokkene en zijn halfbroer een gezamenlijke huishouding voerden, gebaseerd op een gezamenlijke bankrekening, gedeelde kosten voor boodschappen en benzine, over en weer koken, en gezamenlijke verzekeringen. Dit voldeed aan het criterium van wederzijdse zorg volgens artikel 3, derde lid, WWB.
De Raad vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter, verklaarde het beroep ongegrond en vernietigde het besluit waarbij bijstand als alleenstaande was toegekend. Betrokkene was geen zelfstandig bijstandsgerechtigde volgens de norm voor alleenstaanden.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van bijstand als alleenstaande wordt bevestigd.