ECLI:NL:CRVB:2009:BM0076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over gefingeerd dienstverband en terugvordering WAZO-uitkering
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen besluiten van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij niet daadwerkelijk bij een schoonmaakbedrijf had gewerkt en daardoor ten onrechte WAZO-uitkeringen had ontvangen. Het UWV had op basis van een onderzoek geconcludeerd dat er sprake was van een gefingeerd dienstverband en had de uitkeringen teruggevorderd.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante niet had gewerkt en dat zij voorafgaand aan het uitkeringsmoment niet als werknemer kon worden aangemerkt. Tevens was geoordeeld dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om gehoord te worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellante niet tijdig en adequaat is gehoord, waarmee het hoorrecht is geschonden. Hoewel appellante en haar gemachtigde ruimschoots gelegenheid hadden om bewijs aan te dragen, werd een hoorzitting niet gehouden. De Raad vernietigt daarom de aangevallen uitspraak en de bestreden besluiten, maar laat de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak en bestreden besluiten worden vernietigd wegens schending van het hoorrecht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.