ECLI:NL:CRVB:2009:BK8738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling aantal vakantiedagen door UWV ondanks medische verklaring
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling door het UWV dat zij van 1 tot en met 14 januari 2007 vakantie had genoten en dat zij nog 11 vakantiedagen over had in 2007. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de vaststelling van het UWV.
In hoger beroep betoogde appellante dat de medische verklaring wel op haar betrekking had en dat zij op doktersadvies rust moest houden, waardoor zij pas op 23 januari 2007 naar Nederland kon terugkeren. De Raad stelde vast dat de medische verklaring inderdaad op appellante betrekking had, maar oordeelde dat hiermee niet was aangetoond dat de vaststelling van het aantal vakantiedagen onjuist was.
De Raad wees erop dat appellante geen aanvraag had gedaan voor een Ziektewetuitkering en zich niet ziek had gemeld bij het UWV. De melding bij haar voormalige werkgever kon niet als een officiële ziekmelding worden beschouwd. Daarom bevestigde de Raad de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van het aantal vakantiedagen door het UWV en wijst het beroep van appellante af.