ECLI:NL:CRVB:2009:BK8410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over intrekking bijstandsuitkering per 1 april 2005
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op 9 mei 2006 ontving betrokkene twee brieven van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam waarin werd meegedeeld dat de bijstandsuitkering met ingang van 1 april 2005 werd ingetrokken vanwege verzwegen oncontroleerbare inkomsten. Brief 1 bevatte het besluit tot intrekking, terwijl brief 2 een informatieve mededeling was over het beëindigingsonderzoek.
Het College verklaarde het bezwaar tegen brief 1 ongegrond en het bezwaar tegen brief 2 niet-ontvankelijk omdat brief 2 geen besluit zou zijn. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat brief 2 wel een appellabel besluit was en verklaarde het beroep tegen het besluit van 24 augustus 2006 gegrond, vernietigde het besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep stelde het College dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting had over het besluitkarakter van de brieven en dat het ten onrechte was veroordeeld tot proceskosten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat brief 1 het besluit tot intrekking bevatte en brief 2 slechts informatief was. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het besluit van 24 augustus 2006 ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de bijstand per 1 april 2005 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.