ECLI:NL:CRVB:2009:BK8391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag huishoudelijke verzorging wegens voldoende zelfredzaamheid appellant
Appellant, bekend met ME/CFS en myalgie, diende een aanvraag in voor huishoudelijke verzorging vanwege zijn beperkingen en de zorg voor zijn meervoudig gehandicapte zoon. De aanvraag werd door het CIZ afgewezen na medisch advies dat appellant ondanks zijn klachten in staat was om het huishouden verspreid over de dag zelf te doen.
Appellant maakte bezwaar en leverde aanvullende medische stukken, maar deze toonden geen zodanige beperkingen aan dat hij niet zelf voor het huishouden en zijn zoon kon zorgen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant de cognitieve gedragstherapie niet volledig had benut en onvoldoende medische onderbouwing bood voor zijn onvermogen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad oordeelt dat appellant geen medische stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij niet in staat is om de huishoudelijke taken te verrichten. Ook het beroep op een mitochondriële afwijking is onvoldoende onderbouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van huishoudelijke verzorging wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.