ECLI:NL:CRVB:2009:BK8351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1988 bijstand als alleenstaande ouder en later als alleenstaande. Het College van B&W Almelo trok de bijstand in per 13 oktober 1989 vanwege het niet melden van een gezamenlijke huishouding met O. en vorderde terugbetaling van €96.241,83 over de periode 1997-2006.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat er slechts sprake was van een kostgangersrelatie en dat het College niet in redelijkheid tot terugvordering had kunnen overgaan.
De Raad oordeelde dat appellante en O. feitelijk een gezamenlijke huishouding voerden, gebaseerd op objectieve criteria zoals gezamenlijke huisvesting, financiële verstrengeling en gezamenlijke verzekeringen. De Raad verwierp het standpunt van een kostgangersrelatie vanwege het ontbreken van zakelijke afspraken en controleerbare betalingen.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.