ECLI:NL:CRVB:2009:BK8342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk
- C. van Viegen
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onjuiste periode en ondeugdelijke motivering
Appellant ontving vanaf 1994 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een signaal over een niet gemelde bankrekening in 2002 startte het College een onderzoek en besloot de bijstand met ingang van 1 januari 2003 in te trekken en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de periode van intrekking onjuist is vastgesteld. Vanaf 8 maart 2003 lag het vermogen van appellant onder de vrij te laten grens, waardoor geen grond bestond voor intrekking vanaf die datum.
De Raad stelt vast dat het College de startdatum van 1 januari 2003 willekeurig heeft gekozen en onvoldoende heeft gemotiveerd. Ook de terugvordering wordt vernietigd. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.