Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK8319

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-466 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbZiektewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging geen recht op ziekengeld na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid

Appellant was werkzaam als inpakker en meldde zich ziek met diverse klachten. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts en een bezwaarverzekeringsarts werd hij per 5 februari 2008 hersteld verklaard en werd het recht op ziekengeld ingetrokken. Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond na beoordeling van medische gegevens, waaronder een brief van de huisarts.

In hoger beroep voerde appellant opnieuw aan dat zijn psychische klachten, nierproblemen en slapeloosheid hem verhinderen de maatstaf arbeid te verrichten. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en zag geen aanleiding tot een ander oordeel, mede omdat appellant geen nieuwe medische gegevens aanleverde.

De Raad concludeerde dat appellant sinds 5 februari 2008 niet ongeschikt is voor de maatstaf arbeid en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werden geen proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 december 2009.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant sinds 5 februari 2008 geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij niet ongeschikt is voor de maatstaf arbeid.

Uitspraak

09/466 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 31 december 2008, 08/2159 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 23 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2009. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant was van 3 juli 2006 tot 2 juli 2007 via een uitzendbureau werkzaam als inpakker van groente en fruit voor 40 uur per week. Aansluitend heeft hij uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) ontvangen. Vanuit deze situatie heeft appellant zich per 6 augustus 2007 ziekgemeld met klachten van hoofd- en maagpijn, misselijkheid en slaapproblemen. Na onderzoek door verzekeringsarts T. Pols op 4 februari 2008, waarbij tevens kennis is genomen van informatie van huisarts T.L. Spruit van 15 januari 2008, een brief van de aan het RIAGG verbonden sociaal psychiatrisch verpleegkundige M. van Stiphout en een brief van de uroloog van 15 juli 2004, is appellant per 5 februari 2008 hersteld verklaard.
1.2. Bij besluit van 4 februari 2008 heeft het Uwv appellant meegedeeld, dat hij vanaf 5 februari 2008 niet (meer) wegens ziekte of gebreken ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid en daarom met ingang van 5 februari 2008 geen recht (meer) heeft op ziekengeld ingevolge de Ziektewet (ZW).
1.3. Het tegen het besluit van 4 februari 2008 gerichte bezwaar van appellant, is na een herbeoordeling door bezwaarverzekeringsarts P. van de Merwe op 1 april 2008, bij besluit van 16 april 2008 ongegrond verklaard.
2. Appellant heeft in beroep aangevoerd, dat hij vanwege zijn medische klachten, die voor een deel zijn toegenomen, niet in staat is zijn arbeid te verrichten. Ter ondersteuning van dat standpunt heeft appellant een brief van huisarts W.F. Andrée Wiltens van 17 oktober 2008 overgelegd. Het Uwv heeft hierin blijkens het rapport van bezwaarverzekeringsarts Van de Merwe van 14 november 2008 geen aanleiding gezien het ingenomen standpunt te herzien. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts voldoende zorgvuldig is geweest. Ook in de in beroep ingebrachte informatie van de huisarts heeft de rechtbank geen aanleiding gezien te oordelen dat de beperkingen van appellant zijn onderschat. Daartoe overweegt de rechtbank, dat de huisarts desgevraagd uitdrukkelijk heeft verklaard dat hem geen beperkingen bekend zijn. Nu de rechtbank ook overigens geen aanwijzingen heeft gevonden om te oordelen dat appellant niet in staat zou zijn om per 5 februari 2008 de maatstaf arbeid te verrichten, heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd, dat hij met name door toegenomen psychische klachten, nierproblemen en slapeloosheid niet in staat zou zijn de maatstaf arbeid te verrichten.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. De Raad kan zich volledig verenigen met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. In hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. In dit kader overweegt de Raad dat het standpunt in hoger beroep een herhaling vormt van de in bezwaar en beroep aangevoerde gronden. Bovendien heeft appellant in hoger beroep geen nadere medische gegevens in geding gebracht, die zijn stelling onderbouwen.
4.3. Ook overigens is de Raad niet gebleken dat appellant per 5 februari 2008 ongeschikt zou zijn voor de maatstaf arbeid.
4.4. Hetgeen onder 4.2 en 4.3 is overwogen leidt tot de slotsom, dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van F. Heringa als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2009.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) F. Heringa.
IvR