ECLI:NL:CRVB:2009:BK8314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag na intrekking wegens zelfstandige werkzaamheden
Appellant sub 1 en betrokkene ontvingen van januari 2004 tot mei 2005 een bijstandsuitkering, die werd ingetrokken na onderzoek waaruit bleek dat appellant sub 1 als zelfstandige werkte. Na een nieuwe aanvraag in juli 2006 wees het College deze af, wat door appellanten werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna het College opnieuw afwees wegens onvoldoende bewijs van bijstandsbehoefte.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep overwogen dat bij een nieuwe aanvraag na intrekking de aanvrager moet aantonen dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat men nu wel aan de voorwaarden voldoet. Appellanten slaagden hier niet in, mede omdat de onderneming nog steeds op hun adres was ingeschreven en de bedrijfsactiviteiten van de zoon sterk overeenkwamen met die van appellant sub 1.
De Raad concludeerde dat appellanten niet konden aantonen dat zij in de relevante periode aan de vereisten voor bijstand voldeden. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende aantoonbare wijziging van omstandigheden.