ECLI:NL:CRVB:2009:BK8289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- M. Greebe
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het Uwv om haar WAO-uitkering met ingang van 7 april 2007 in te trekken. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) een juist beeld gaf van haar arbeidsmogelijkheden. Appellante voerde aan dat haar beperkingen waren onderschat en dat het medicijngebruik onvoldoende was meegewogen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd door (bezwaar)verzekeringsartsen die ook informatie van de huisarts en psychiater hadden betrokken. Het medicijngebruik was bekend en appellante had haar kritiek niet met medische verklaringen onderbouwd.
De Raad bevestigde dat het Claimbeoordelings- en borgingssysteem (CBBS) als ondersteunend systeem bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling rechtens aanvaardbaar is. De arbeidsdeskundige had het systeem correct toegepast. De voorgestelde functies waren passend en de belasting van deze functies ging niet boven de belastbaarheid van appellante uit.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering. Er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante.