ECLI:NL:CRVB:2009:BK8287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant, werkzaam als schoonmaker met een laag aantal uren per week, meldde zich ziek vanwege een hernia met uitvalsverschijnselen. Het UWV besloot de Ziektewet-uitkering per 18 augustus 2006 te beëindigen omdat appellant geschikt werd geacht zijn werkzaamheden te hervatten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het medische oordeel van de bezwaarverzekeringsarts zwaar liet wegen. In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn psychische gesteldheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bezwaarverzekeringsarts het medisch dossier zorgvuldig heeft beoordeeld, inclusief de psychische aspecten, en concludeert dat appellant zijn werk kan verrichten voor een beperkt aantal uren per week. De Raad onderschrijft het medische oordeel en ziet geen reden voor een ander oordeel dan de rechtbank.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en wijst een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk.