ECLI:NL:CRVB:2009:BK8233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-herstel verzuim
Appellant ontving sinds 25 juli 2005 bijstand op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde bij besluit van 5 oktober 2006 het recht op bijstand opgeschort vanwege onduidelijkheid over de woonsituatie en gaf appellant de mogelijkheid om zich op 12 oktober 2006 te melden. Bij het uitblijven van gehoor werd de bijstand ingetrokken per 1 oktober 2006.
Appellant voerde aan het besluit wel te hebben ontvangen maar de strekking niet te hebben begrepen. De Raad oordeelde dat appellant binnen de hersteltermijn adequate rechtsbijstand had kunnen inroepen, wat blijkt uit het feit dat hij later wel bezwaar maakte met hulp van een advocaat. De Raad concludeerde dat aan de voorwaarden van artikel 54, vierde lid, WWB was voldaan en het College bevoegd was tot intrekking.
De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellant tegen het besluit tot intrekking ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De zaak betreft de toepassing van de regels rond opschorting en intrekking van bijstand bij niet-naleving van verplichtingen door de belanghebbende.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 oktober 2006 wordt bevestigd omdat appellant het verzuim niet binnen de gestelde termijn heeft hersteld.