ECLI:NL:CRVB:2009:BK8220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfskapitaal wegens niet-levensvatbaarheid bedrijf bevestigd
Appellanten exploiteren sinds 1994 een ingenieursbedrijf en vroegen in 2004 bijstand aan voor bedrijfskapitaal. Het College wees de aanvraag af omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht, gebaseerd op adviezen van IMK en Deloitte. De rechtbank vernietigde een eerder besluit wegens onvoldoende motivering over een mogelijk depotkrediet, waarna het College opnieuw afwees met een uitgebreide motivering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College terecht heeft besloten geen bedrijfskrediet te verstrekken omdat niet aan de levensvatbaarheidsvoorwaarde is voldaan. De Raad bevestigt dat de adviezen van IMK en Deloitte als deugdelijk kunnen worden beschouwd en dat het College deze terecht heeft gevolgd. Tevens wordt geoordeeld dat de overschrijding van de redelijke termijn van de procedure grotendeels aan het College is toe te rekenen.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 1 mei 2007 maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het College wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 per appellant wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 1 mei 2007 vernietigd met in stand laten van de rechtsgevolgen, en het College veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.