ECLI:NL:CRVB:2009:BK8150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet duurzaam gescheiden leven en rechtmatigheid intrekking bijstand
Appellanten, gehuwd sinds 1976 en gescheiden van tafel en bed sinds 1998, ontvingen bijstand volgens de WWB. Het College beëindigde en reviseerde deze bijstand op grond van het vermoeden dat zij niet duurzaam gescheiden leefden en beschikten over vermogen in de vorm van een woning in de Verenigde Staten.
Een onderzoek van de sociale recherche, getuigenverklaringen en observaties ondersteunden het standpunt van het College dat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden. De rechtbank had ten onrechte getoetst aan het criterium gezamenlijke huishouding, waardoor de uitspraak werd vernietigd.
De Raad oordeelde dat het College terecht de bijstand introk en terugvorderde, mede vanwege de schending van de inlichtingenverplichting door appellanten. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand door het College zijn rechtmatig.