ECLI:NL:CRVB:2009:BK7000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en motivering maatmaninkomen
Betrokkene stelde hoger beroep in tegen het UWV-besluit van 2 maart 2007, waarbij haar WAO-uitkering werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering omtrent de berekening van het maatmaninkomen, maar achtte de medische en arbeidskundige grondslag toereikend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan een eerdere gedetailleerde rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige waarin de berekening van het maatmaninkomen adequaat werd toegelicht. Ook zijn de bezwaren over de indexeringsmethode en de omvang van de maatman onvoldoende onderbouwd.
Wat betreft de medische geschiktheid van de functies waarop de schatting is gebaseerd, bevestigt de Raad dat deze passend zijn, met inachtneming van een verborgen beperking op het gebied van handelingstempo, die adequaat is gemotiveerd.
De Raad concludeert dat het besluit van 2 maart 2007, hoewel aanvankelijk vernietigd wegens motiveringsgebrek, uiteindelijk voldoende is onderbouwd om de rechtsgevolgen in stand te laten. De opdracht aan het UWV om een nieuw besluit te nemen wordt daarom opgeheven. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan betrokkene.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde UWV-besluit blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.