ECLI:NL:CRVB:2009:BK6864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over beslag op nabestaandenuitkering en beslagvrije voet bij dwanginvordering waterschapsbelasting
Appellant ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Namens het waterschap Roer en Overmaas werd een dwanginvordering gedaan op zijn uitkering wegens niet betaalde waterschapsbelasting 2006. De Svb verlaagde de uitkering na verrekening van het beslagbedrag, waarbij appellant bezwaar maakte tegen de hoogte van de beslagvrije voet die volgens hem te laag was vastgesteld.
De Svb verklaarde het bezwaar ongegrond en verwees appellant naar het waterschap voor bezwaar tegen de geldigheid en hoogte van het beslag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de Svb binnen de grenzen van het beslag had gehandeld.
In hoger beroep stelde appellant dat de Svb een eigen verantwoordelijkheid had bij de uitvoering van het beslag en dat de beslagvrije voet hoger moest zijn. De Raad oordeelde dat de Svb gehouden is medewerking te verlenen aan het beslag en dat de beoordeling van de geldigheid en hoogte van het beslag aan de civiele rechter is. Appellant had geen verzetprocedure gestart. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Svb gehouden is medewerking te verlenen aan het beslag en wijst het hoger beroep van appellant af.