ECLI:NL:CRVB:2009:BK6828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en medische beperkingen bij werkhervatting
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45 tot 55%. Zij stelde dat haar beperkingen, met name oogproblemen en concentratiestoornissen, onvoldoende waren meegewogen en dat zij niet duurzaam in staat was om de voorgestelde functies te vervullen.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad onderschrijft dit oordeel. De medische rapportages, waaronder die van verzekeringsarts Momberg en psychiater Artist, tonen geen ernstige concentratieproblemen en bevestigen de beperkingen zoals opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het aspect 'zien' vormt geen kenmerkende belasting in de voorgestelde functies.
De Raad constateert dat appellante met de vastgestelde beperkingen de functies van huishoudelijk medewerker en machinaal metaalbewerker kan uitvoeren, ook al is er sprake van een verminderd gezichtsveld. De geclaimde oog-handcoördinatieproblemen en het zogenaamde 'priegelwerk' zijn niet bevestigd. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.