Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK6639

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5949 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid

Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering, omdat volgens het UWV zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. De rechtbank had reeds geoordeeld dat het onderzoek door de bezwaarverzekeringsartsen zorgvuldig en diepgaand was en dat de beperkingen die zij aannamen strookten met de randvoorwaarden van de behandelende psychiater. Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven, waarbij het verlies aan verdiencapaciteit op 0,08% werd vastgesteld.

Appellant stelde dat zijn hoofdpijnklachten waren onderschat en dat hij niet in staat was de voorgestelde functies te vervullen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt en dat de medische grondslag van het besluit juist was. Ook de arbeidskundige onderbouwing werd bevestigd, waarbij geen aanwijzingen waren dat de functies niet passend waren.

De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd per 14 februari 2008, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 15% ligt.

Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.

Uitspraak

08/5949 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 september 2008, 08/119 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 15 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. G.J.A.M. Gloudi, advocaat te Lelystad, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2009, waar namens appellant is verschenen zijn raadsman. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.H.J. van Kuilenburg.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een uitvoerig overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in de aangevallen uitspraak, gelet op de gedingstukken met juistheid, heeft weergegeven. De Raad volstaat hier met de vermelding dat het Uwv bij besluit op bezwaar van 8 januari 2008 (hierna: bestreden besluit) het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 juni 2007 gegrond heeft verklaard. Bij het bestreden besluit heeft het Uwv bepaald dat appellant op en na 21 augustus 2007 onveranderd voor 15 tot 25% arbeidsongeschikt wordt beschouwd ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Voorts is bepaald dat de WAO-uitkering van appellant met ingang van 14 februari 2008 wordt ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.
2. De rechtbank heeft, samengevat weergegeven, geoordeeld dat sprake is geweest van voldoende diepgaand en zorgvuldig onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsartsen en dat de uit dat onderzoek getrokken conclusies op overtuigende wijze zijn onderbouwd. De rechtbank onderschrijft het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts zoals neergelegd in de rapporten van 8 november 2007 en 31 januari 2008. De rechtbank acht hierbij van belang dat door de bezwaarverzekeringsarts beperkingen zijn aangenomen die stroken met de door de behandelende psychiater aangegeven randvoorwaarden ten aanzien van werk. Ten aanzien van de arbeidskundige aspecten kan de rechtbank zich verenigen met de onderzoeksbevindingen van de bezwaararbeidsdeskundige in het rapport van 12 december 2007, waarbij nieuwe functies zijn geduid en het verlies van verdiencapaciteit van appellant is vastgesteld op 0,08%. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard.
3. Namens appellant zijn de eerdere beroepsgronden herhaald. Appellant blijft onder verwijzing naar de informatie van zijn behandelende psychiater van mening dat de hoofdpijnklachten zijn onderschat en dat hij niet in staat is om de geduide functies te vervullen.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het onderzoek en de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsartsen, waarbij in bezwaar de informatie van de behandelende psychiater genoegzaam is meegewogen en de belastbaarheid van appellant vervolgens is aangepast. Nu appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn hoofdpijnklachten zijn onderschat en dat met verdergaande beperkingen rekening gehouden dient te worden, is naar het oordeel van de Raad de medische grondslag van het bestreden besluit juist te achten.
4.2. De Raad heeft zich ook kunnen verenigen met de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om ervan uit te gaan de in aanmerking genomen functies niet passend zouden zijn voor appellant.
5. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2009.
(get.) R.C. Stam.
(get.) A.C.A. Wit.
EK