ECLI:NL:CRVB:2009:BK6582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging OV-schuld bij niet tijdig inleveren OV-kaart onder Wsf 2000
Appellante was door de IB-Groep bij besluiten van 15 februari 2008 aansprakelijk gesteld voor een OV-schuld over de periode van 1 augustus 2006 tot en met 6 augustus 2007 wegens onterecht bezit van een OV-kaart. Het bezwaar van appellante tegen deze vaststelling werd door de IB-Groep ongegrond verklaard. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere stellingen, zonder wezenlijke nieuwe argumenten aan te voeren die aantonen dat het niet tijdig inleveren van de OV-kaart haar niet kan worden toegerekend. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank volledig en verwierp het hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de aangevallen uitspraak bevestigd moet worden en dat er geen aanleiding is tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier T.J. van der Torn, op 14 december 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de OV-schuld wordt bevestigd.