ECLI:NL:CRVB:2009:BK6545
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende uitkering voor AOW-korting wegens verblijf in Israël na vervolging
Appellant, geboren in 1941, ontving sinds 1970 een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940-1945 en later de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij verzocht om een aanvullende uitkering ter compensatie van de korting op zijn pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), veroorzaakt door zijn verblijf in Israël van augustus 1963 tot april 1974.
Appellant stelde dat zijn vertrek naar Israël mede het gevolg was van de vervolging en het kille klimaat in Nederland na de oorlog, waardoor hij behoefte had aan lotgenoten en een begripvollere maatschappij. Hij betoogde dat het verblijf in Israël diende als therapie en dat de periode van afwezigheid leidde tot een gat in zijn AOW-opbouw, waarvoor compensatie passend zou zijn onder de artikelen 20 en 21 van de Wet.
Verweerster voerde aan dat de Wet alleen vergoeding biedt voor daadwerkelijk gemaakte kosten in verband met door vervolging veroorzaakte ziekten of gebreken, en niet voor inkomensverlies door verblijf in het buitenland. De Raad volgde dit standpunt en oordeelde dat er geen sprake was van daadwerkelijke kosten die compensatie rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvullende uitkering ter compensatie van de AOW-korting wordt ongegrond verklaard.