ECLI:NL:CRVB:2009:BK6379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig productiemedewerker, viel in juli 2003 uit wegens klachten aan de rechterelleboog en ontving vanaf juli 2004 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2007 door verzekeringsarts Smol en arbeidsdeskundige Van ’t Voort werd de uitkering herzien naar 55-65% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat het UWV niet de juiste protocollen had gevolgd.
De bezwaarverzekeringsarts Moons en de bezwaarbeoordelende arbeidsdeskundige Havermans concludeerden dat appellant niet zodanig beperkt was als appellant stelde en dat de geduide functies passend waren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad acht het medisch onderzoek zorgvuldig en overtuigend gemotiveerd, wijst de stellingen van appellant af dat de beperkingen zijn onderschat en dat protocollen niet zijn gevolgd. Ook de arbeidskundige onderbouwing en de re-integratievisie worden door de Raad onderschreven. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep van appellant af.