ECLI:NL:CRVB:2009:BK5975

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2685 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)Algemene wet bestuursrecht (Awb)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering verdere ziekengelduitkering na zorgvuldige medische beoordeling

Appellante, die sinds een auto-ongeval in 2000 nekklachten heeft en een WAO-uitkering ontving, kreeg per 9 mei 2005 haar uitkering ingetrokken. Na meerdere ziekmeldingen en medische onderzoeken besloot het Uwv de verdere uitkering van ziekengeld te weigeren. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en gaf het Uwv opdracht een nieuw besluit te nemen.

Het Uwv nam op 27 juni 2008 een nieuw besluit op bezwaar, waarbij het bezwaar van appellante opnieuw ongegrond werd verklaard. Dit besluit was gebaseerd op een nadere rapportage van de bezwaarverzekeringsarts Jonker, die zich baseerde op een uitgebreid onderzoek door psychiater Tilanus. Deze concludeerde dat appellante ondanks beperkingen geschikt was voor bepaalde functies die als maatstaf arbeid gelden.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit berust op een zorgvuldige medische beoordeling. Appellante bracht geen nieuwe medische informatie in die aanleiding gaf tot twijfel over de zorgvuldigheid van de onderzoeken. Ook haar beroep op schending van het fair-play en gelijkheidsbeginsel werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van verdere ziekengelduitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

09/2685 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 15 april 2009, kenmerk 08/1192 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J.L.M. Arets, advocaat te Landgraaf, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2009. Appellante is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Wal.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellante was laatstelijk werkzaam in de thuiszorg toen zij op 1 maart 2000 uitviel wegens een auto-ongeval waarna nekklachten zijn ontstaan (whiplashsyndroom). Bij einde wachttijd, 28 februari 2001, is haar een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Met ingang van 9 mei 2005 is deze uitkering ingetrokken. Vervolgens heeft appellante een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) ontvangen. Vanuit die uitkeringssituatie heeft appellante zich op 25 augustus 2005 ziek gemeld wegens dezelfde klachten. Met ingang van 20 oktober 2006 is zij weer hersteld verklaard.
1.2. Appellante heeft zich met ingang van 5 maart 2007, wederom vanuit de situatie dat zij een uitkering ingevolge de WW ontving, ziek gemeld. Ter zake van deze ziekmelding heeft appellante op 2 april 2007 het spreekuur van een ZW-arts bezocht, die haar na onderzoek met ingang van 16 april 2007 hersteld verklaarde. Bij besluit van 12 april 2007 heeft het Uwv per 16 april 2007 (verdere) uitkering van ziekengeld geweigerd.
1.3. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Op verzoek van de bezwaarverzekeringsarts J. Jonker is appellante onderzocht door de psychiater
J.J.D. Tilanus. Deze heeft op 3 oktober 2007 een rapport uitgebracht en op basis van het resultaat van dit rapport heeft de bezwaarverzekeringsarts Jonker in haar rapport van 16 oktober 2007 de conclusie van de ZW-arts onderschreven. Bij besluit van 18 oktober 2007 heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 12 april 2007 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij uitspraak van 3 juni 2008 het beroep van appellante gegrond verklaard, het besluit van 18 oktober 2007 vernietigd, en het Uwv opdracht gegeven een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen zij in haar uitspraak heeft overwogen. Tevens heeft de rechtbank beslissingen genomen inzake vergoeding van proceskosten en griffierecht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de bezwaarverzekeringsarts Jonker bij de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van appellante een onjuiste maatstaf arbeid gehanteerd.
3. Het Uwv heeft ter uitvoering van voormelde uitspraak van de rechtbank op 27 juni 2008 een nieuw besluit op bezwaar (hierna: het bestreden besluit) genomen. Daarbij is het bezwaar van appellante opnieuw ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit ligt de nadere rapportage van de bezwaarverzekeringsarts Jonker van 26 juni 2008 ten grondslag.
4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij met name betekenis toegekend aan de rapportages van de psychiater Tilanus en de bezwaarverzekeringsarts Jonker van respectievelijk 3 oktober 2007 en 26 juni 2008.
5.1. De Raad ziet in hetgeen in hoger beroep is aangevoerd geen reden voor een ander oordeel en heeft het volgende overwogen.
5.2. De Raad is van oordeel dat het bestreden besluit berust op een zorgvuldige medische beoordeling. De bezwaarverzekeringsarts Jonker heeft naar aanleiding van de informatie van de behandelend psychiater R.J.M. van Loo aan de psychiater Tilanus gevraagd te rapporteren. Deze psychiater heeft appellante op 12 september 2007 onderzocht. Hij heeft daartoe kennis genomen van de toegezonden medische stukken, een uitvoerige medische en sociale anamnese afgenomen en een psychiatrisch als een neurologisch onderzoek ingesteld. Tilanus concludeert dat bij oriënterend neurologisch onderzoek er geen aanwijzingen zijn voor cognitieve functiestoornissen. Ook bij neurologisch onderzoek worden door Tilanus geen aanwijzingen gevonden voor neurologische functiestoornissen. Bij psychiatrisch onderzoek wordt een angststoornis NAO geclassificeerd. Tilanus acht appellante nog beperkt ten aanzien van het hanteren van emotionele problemen, uiten van eigen gevoelens en omgaan met conflicten. Appellante is minder goed bestand tegen piekbelasting of tempodruk en zal moeten kunnen terugvallen op een coachende leidinggevende. Voorts is zij nog niet bestand tegen werkzaamheden waarbij zij zou moeten chauffeuren.
5.3. De bezwaarverzekeringsarts Jonker heeft naar het oordeel van de Raad in haar nadere rapportage van 26 juni 2008 op afdoende wijze gemotiveerd dat appellante, ondanks de door Tilanus vastgestelde beperkingen ten tijde in geding, geschikt moest worden geacht voor de functies van wikkelaar/samensteller elektronische apparatuur en productiemedewerker industrie, welke functies destijds in het kader van de WAO als geschikt werden aangemerkt en bij de onderhavige beoordeling als maatstaf arbeid gelden.
5.4. De Raad kan appellante niet volgen in haar stelling dat sprake is van een onzorgvuldige besluitvorming. Van de zijde van appellante is noch in beroep noch in hoger beroep medische informatie ingebracht die aanleiding zou kunnen geven te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de onderzoeken en de conclusies van de psychiater Tilanus dan wel de bezwaarverzekeringsarts Jonker. Voor een nader onderzoek door een onafhankelijke medisch deskundige, zoals door appellante is verzocht, ziet de Raad dan ook geen aanleiding.
5.5. Ten aanzien van appellantes grief dat sprake is van schending van het fair-play/ gelijkheidsbeginsel overweegt de Raad dat appellante haar stelling ter zake niet nader heeft onderbouwd, zodat deze grief reeds daarom niet kan slagen.
5.6. Uit het voorgaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van F. Heringa als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2009.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) F. Heringa.
IvR