ECLI:NL:CRVB:2009:BK5926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet aannemelijk gemaakte lening
Appellante ontvangt sinds 2004 bijstand op grond van de WWB. Het College ontdekte via een vermogenssignaal dat zij een onbekend vermogen had, waarop de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht en overschrijding van het vrij te laten vermogen.
Appellante stelde dat zij een lening van € 5.500 had ontvangen van een vriend, [naam F.M.], die zij later had terugbetaald. Ter bewijs overhandigde zij een akte van schuldbekentenis, maar deze was niet authentiek of geregistreerd, de datering was twijfelachtig en de verklaringen van partijen waren inconsistent.
De Raad oordeelde dat het bestaan van de lening onvoldoende aannemelijk was gemaakt, mede omdat geen duidelijke terugbetalingsverplichting was overeengekomen en de contante stortingen en opnames niet te herleiden waren tot de lening. Daarom werd het beroep van appellante ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet aannemelijk maken van een lening.