ECLI:NL:CRVB:2009:BK5923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering wegens weigering algemeen geaccepteerde arbeid als schoonmaker
Appellant ontving een bijstandsuitkering en weigerde een parttime baan als schoonmaker, die door het College als algemeen geaccepteerde arbeid werd beschouwd. Het College legde aanvankelijk een verlaging van 100% op, maar matigde dit tot 30% vanwege medische omstandigheden en het parttime karakter van de baan.
Appellant voerde aan dat de verlaging met terugwerkende kracht onrechtmatig was en dat het schoonmaakwerk te zwaar voor hem was. De Raad oordeelde dat appellant geen medische gronden had om het werk te weigeren en dat de opgegeven redenen (fulltime voorkeur en geen reiskostenvergoeding) niet konden worden aanvaard.
De Raad stelde vast dat de verlaging conform het gemeentelijke beleid correct was toegepast en dat de terugwerkende kracht geen nadelige gevolgen voor appellant had. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 30% voor twee maanden wegens weigering van een parttime schoonmaakbaan wordt bevestigd.