ECLI:NL:CRVB:2009:BK5726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds oktober 1999. Na vermoedens van samenwoning met betrokkene, haar echtgenoot, werd een onderzoek ingesteld met observaties en dossieronderzoek. Dit leidde tot een intrekking van de bijstand en terugvordering van €31.295,05 over de periode november 2003 tot november 2005.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat er onvoldoende bewijs was dat zij niet duurzaam gescheiden leefde. De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven vereist dat de echtgenoten een gewilde en bestendige verbreking van de samenleving nastreven.
De verklaringen van appellante en betrokkene, observaties en getuigenverklaringen wezen uit dat zij feitelijk als gezin leefden. De Raad bevestigde dat appellante niet als zelfstandig bijstandgerechtigde kon worden beschouwd en dat het College terecht uitging van haar verklaring voor de aanvangsdatum van de terugvordering.
Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.