ECLI:NL:CRVB:2009:BK5659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over ingangsdatum bijstandsuitkering wegens onjuiste toerekening
Appellant had bij het College van burgemeester en wethouders van Haarlem een bijstandsuitkering aangevraagd. Het College kende bijstand toe met ingang van 22 september 2006 en verlaagde deze met 10% gedurende een maand omdat appellant zich niet tijdig als werkzoekende bij het CWI had ingeschreven.
Appellant stelde dat hij zich al op 4 september 2006 schriftelijk bij het College had gemeld via zijn gemachtigde en dat hij onafgebroken als werkzoekende bij het CWI stond ingeschreven. De Raad stelde vast dat indien appellant op 4 september 2006 een persoon zonder adres was, de aanvraag om bijstand bij het College moest worden ingediend en dat de schriftelijke melding door de gemachtigde voldoende was om zich te melden.
De Raad oordeelde dat het College ten onrechte de ingangsdatum van de bijstand op 22 september 2006 had gesteld en dat het College had moeten onderzoeken of appellant vanaf 4 september 2006 recht had op bijstand. De verlaging van de bijstand wegens niet tijdig inschrijven bij het CWI werd echter gehandhaafd omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij vanaf de relevante datum als werkzoekende stond ingeschreven.
De Raad vernietigde het besluit van 27 februari 2007 voor zover het de ingangsdatum van de bijstand betrof en bepaalde dat het College een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit over de ingangsdatum van de bijstand wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen; de verlaging van de bijstand blijft gehandhaafd.