ECLI:NL:CRVB:2009:BK5300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen werkzaamheden
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en verrichtte werkzaamheden voor een familie zonder dit aan het College te melden. Na een onderzoek en proces-verbaal van de sociale recherche herzag het College de bijstandsuitkering en legde een terugvordering en een maatregel van 10% verlaging op.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante deels gegrond en bepaalde dat het College een nieuw besluit moest nemen. Het College nam een nader besluit waarbij rekening werd gehouden met schoolvakantieweken en het terug te vorderen bedrag werd aangepast.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel dat de werkzaamheden als op geld waardeerbare arbeid moeten worden aangemerkt en dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden. De Raad bevestigt dat het College bevoegd was tot herziening en terugvordering en wijst het beroep af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 november 2009.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 6.961,70 bevestigd.