ECLI:NL:CRVB:2009:BK5242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, kreeg vanaf 1996 een WAO-uitkering vanwege whiplashklachten. Na een heronderzoek in 2004 concludeerde het UWV dat zij geschikt was voor gangbare arbeid en trok de uitkering per 30 juli 2007 in wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische beperkingen gebaseerd waren op een deugdelijke medische grondslag conform de geldende richtlijnen, waaronder de Maoc-richtlijn. Appellante bracht geen medisch bewijs aan dat haar beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde dat de geduide functies passend waren binnen haar belastbaarheid. Het hoger beroep werd verworpen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.