ECLI:NL:CRVB:2009:BK5232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid 65-80% per 2005-2007
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering ongewijzigd voort te zetten met een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80% per 29 augustus 2005, 20 augustus 2006 en 24 april 2007. De rechtbank Zutphen had dit beroep eerder ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelt appellante dat haar cognitieve en lichamelijke klachten na een aanrijding in 2000 onvoldoende zijn meegewogen, en dat de door het UWV geselecteerde functies ongeschikt zijn vanwege onder meer PC- en toetsenbordgebruik. Zij overlegt medische rapporten van diverse artsen ter onderbouwing.
De Raad volgt het oordeel van de rechtbank dat de medische gronden voor de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per 29 augustus 2005 en 20 augustus 2006 niet meer ter discussie staan. Voor 24 april 2007 wordt de medische grondslag eveneens bevestigd, mede gelet op de rapportages van verzekeringsartsen en de functionele mogelijkhedenlijst. De Raad acht de geselecteerde functies geschikt, waarbij het UWV voldoende heeft toegelicht dat het PC- en toetsenbordgebruik binnen de beperkingen valt. De eigen ervaring van appellante met beperkingen is niet doorslaggevend bij de objectieve beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het UWV niet in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot voortzetting van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80% per 2005-2007.