ECLI:NL:CRVB:2009:BK5186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kinderbijslag wegens onbekendheid regelgeving
Appellante vroeg kinderbijslag aan met terugwerkende kracht over het tweede kwartaal van 2005 tot en met het eerste kwartaal van 2006. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had een verdergaande terugwerkende toekenning geweigerd omdat geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard omdat zij haar stelling dat psychische klachten haar verhinderden eerder een aanvraag te doen niet met een medische verklaring had onderbouwd. Ook waren er geen feiten die een bijzonder geval aannemelijk maakten.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze overwegingen. De late aanvraag was volgens appellante het gevolg van psychische problemen en onbekendheid met regelgeving. De Raad oordeelde dat de onbekendheid met de regelgeving en het nalaten het LBIO te informeren over gewijzigde uitkeringssituaties niet als een bijzonder geval kwalificeert.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag met verdergaande terugwerkende kracht wordt bevestigd.